Voeding bij de kat

De kat staat bekend om zijn kieskeurigheid. Soms hoeft hij maar even aan zijn eten te ruiken om het te laten staan. Het sterke reukvermogen, het geringe smaakvermogen en het specifieke spijsverteringskanaal van een vleeseter stellen verschillende eisen aan de voeding.

De voorkeur voor een bepaalde voeding hangt op de eerste plaats af van de geur. Maar ook de meest aantrekkelijke geur helpt niet als de basis ingrediënten (vlees, granen, groenten) niet van goede kwaliteit zijn. Katten hebben namelijk een neus voor hoogwaardige eiwitten. Een voeding met deze eiwitten is aantrekkelijker voor de kat. 

Premiumvoeding

Een voeding van hoge kwaliteit is niet alleen smakelijk maar ook beter voor de gezondheid van uw kat; het helpt problemen (zoals bijvoorbeeld blaasgruis) te voorkomen. De kat heeft een kleine hoeveelheid van de voeding nodig, omdat deze door de hoge kwaliteit van de ingrediënten beter wordt opgenomen. Door de hoge verteerbaarheid zal de ontlasting compacter zijn en minder ruiken.
Bij het gebruik van gespecialiseerde (super) premiumvoedingen, is het niet nodig om supplementen (zoals vitaminen en andere toevoegingen) of blikvoeding aan de voeding toe te voegen.

Eetgewoonten

Katten zijn uiterst tevreden met een zekere monotonie (eentonigheid) in hun dieet. Het spijsverteringskanaal stelt zich in op een bepaalde voeding. Het voorzien van een kat van een dieet met veel afwisseling is antropomorfisch (naar menselijk voorbeeld) en dus niet nodig. Een kat eet, verdeeld over de dag en nacht, 7 tot 20 maaltijden per dag.

Ruimtelijke ordening van de kat

De plaats van de voerbak is bij katten erg belangrijk, maar dit wordt vanwege praktische redenen vaak genegeerd. De ruimtelijke ordening van de kat omvat drie delen: de ruimte voor rust en slaap, de kattenbak vaak gevuld met grit waar de behoeftes worden gedaan en tenslotte de plaats waar het dier eet en drinkt.
Wij moeten onthouden dat het noodzakelijk is dat alle drie de ruimtes gelijktijdig aanwezig en gebruikt kunnen worden. Een overlapping, zelfs al is die maar gedeeltelijk, van deze ruimtes kan de eetlust negatief beïnvloeden. Er dient minimaal een afstand van 50 cm te zijn tussen deze drie ruimtes om de kat te vrijwaren van iedere onderdrukking met betrekking tot eten, rust en het doen van de behoefte.

Overschakelen naar een andere voeding

Als u uw kat een nieuwe voeding gaat geven, adviseren wij gedurende enkele dagen de nieuwe voeding in toenemende hoeveelheid te mengen met de oude voeding.
Uw kat kan dan rustig aan het voer wennen. Een abrupte overgang van voeding kan maag- of darmklachten veroorzaken.

Op alle (behandelings)overeenkomsten zijn van toepassing de Algemene voorwaarden van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde, gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht onder nummer 22/2008.